Collega Ernst Timmer vertelt over zijn broer Ton, die in 2015 een beroerte kreeg. Door het coronavirus kan zijn broer nu niet naar zijn dagbesteding.

Na een lange revalidatie kon mijn broer voor dagbesteding terecht op Sparring. Sparring in Den Haag is een van de vele dagbestedingslocaties van de Gemiva-SVG Groep die zijn gesloten in verband met de maatregelen rond het coronavirus. Op maandag en vrijdag komt hij daar, doet mee aan de activiteiten muziek en fysiotherapie. Hij legt graag contact met andere cliënten, aan wie hij een luisterend oor wil bieden.

Ton heeft er moeite mee gehad. Zoals veel mensen met niet aangeboren hersenletsel (NAH) vond hij het lastig te aanvaarden dat hij “iemand met een beperking” was. Hij voelde zich afgeserveerd door de samenleving. Toch maakte hij vrienden op De Sparring. Vóór zijn beroerte was hij yogaleraar en bij twee van de cliënten komt hij nu thuis om daar “stoelyoga” te doen.

Eigenlijk heeft Ton een dubbele NAH. Als kind had hij een hersentumor waarvan hij als door een wonder genas (hij is ervoor in Lourdes geweest). Daarna was het leven voor hem zwaar. Hij leefde op wilskracht en doorzettingsvermogen. Hij kreeg een baan als boekhouder, een vrouw en twee zonen. Een van zijn zonen, Walter, is autistisch en woont in De Ark in Gouda, een woonvoorziening op spirituele grondslag die ook een beroep doet op de deskundigheid die de Gemiva-SVG Groep in huis heeft.

Walter was de levensvreugde van mijn broer. Hij bezocht hem vaak en maakte grote wandeltochten met hem. Drie keer liepen ze de Nijmeegse vierdaagse. Dat stopte abrupt na de attaque van mijn broer. Hij kon niet meer goed lopen daarna. Ton bleef Walter wel bezoeken en Walter logeerde nog een keer per maand in zijn flat.

De bezoekjes en logeerpartijen zijn nu opgehouden. Ook de Sparring heeft moeten sluiten, waardoor hij nu hele dagen thuis zit. De cliënten aan wie hij de stoelyoga gaf wonen in een woonvoorziening die nu ook is gesloten voor bezoekers. Ook Walter mag geen bezoek en ook niet logeren vanwege het coronavirus.

Ik bel hem op om te vragen hoe het met hem gaat. Het houdt niet over. Een keer per dag gaat hij naar buiten voor een wandeling. Er is niet veel om naartoe te gaan. Met zijn vrouw mocht hij graag een muziekuitvoering bezoeken of naar een eettentje gaan. Er waren activiteiten in de kerk, ze hadden een Taizé-groep waarmee ze samenkwamen. Dat kan allemaal even niet.

Thuis zijn vliegt hem soms aan. Ton is niet snel van begrip en zijn geheugen laat hem soms in de steek. Dat geeft spanningen als je teveel en te lang op elkaars lip zit.

Onze moeder zit in een verpleeghuis. Ik vertel dat ik met haar nu kan skypen. Voor hem is dat geen optie. Ook skypen met Walter is niet mogelijk, Walter kan niet praten. Gelukkig kan hij wel met de persoonlijk begeleider van Walter bellen, die neemt daar ruim de tijd voor.

Ik vraag of ik zijn verhaal mag opschrijven en delen. Dat vindt hij een top-idee. Ton wil het verhaal wel graag positief afsluiten. Hij is bezig om te kijken of hij bij mensen thuis stoelyoga kan geven. Voor mensen die aan huis gebonden zijn door hun beperking. Dat zou een mooi nieuw levensdoel zijn.

Als die hele coronacrisis voorbij is natuurlijk.
 
Ernst Timmer

Gerelateerde Projecten: